Het onderwijs na de zomervakantie

Readspeaker

Vanaf 1 juli zijn leerlingen niet meer verplicht om binnen de school 1,5 meter afstand van elkaar te houden. Dat geeft ons de mogelijkheid om na de zomer weer met volle klassen te starten. Er zijn echter nog wel een aantal zaken waar we rekening mee te houden hebben. Medewerkers van onze school moeten wel rekening houden met de 1,5 meter-maatregel; zowel tot elkaar als tot de leerlingen.

Dit betekent dat we de klaslokalen wat anders moeten inrichten en dat we maatregelen moeten treffen om de veiligheid van onze collega’s te waarborgen. Op de kleinere locaties is dat niet zo moeilijk. Op de grotere locaties wel. We zullen wisseltijd tussen de lessen inbouwen en we hebben daarom besloten om de pauzes te laten verspringen. Dat heeft invloed op de schooltijden. De lestijden zoals we die voor de ‘coronatijd’ gewend waren, worden met 5 minuten verkort (voor de meeste locaties betekent dit lessen van 45 minuten). Daarnaast betekent het, dat we op de meeste locaties met gespreide middagpauzes van 30 minuten gaan werken. Hierdoor wijzigen de lestijden. Op de meeste locaties start de eerste les 5 minuten eerder en loopt de laatste les maximaal 30 minuten langer door.

Locatie Start 1e lesuur Einde laatste lesuur
Dinxperlo 8.00 uur 16.30 uur
Stationsplein 8.05 uur 16.20 uur
Slingelaan 8.15 uur 16.30 uur
Winterswijk 8.15 uur 16.30 uur

Omdat de leerlingen een kortere middagpauze hebben, zullen ze in principe minder lang op school zijn dan normaal. Wat het precies per klas betekent, kunnen leerlingen vanaf 31 augustus in hun rooster terugzien.

Van leerlingen wordt ook na de zomer verwacht, dat zij bij binnenkomst in de lokalen hun handen ontsmetten en dat zij rekening houden met de afstand tot de docenten en het ondersteunend personeel.

Het is mogelijk dat het virus weer wat actiever wordt of dat een groter aantal docenten door verkoudheidsklachten vanuit huis moet lesgeven. Het kan daarom zijn dat we gedurende het jaar weer tijdelijk moeten overschakelen op het afstandsleren. We hopen natuurlijk dat dit zo min mogelijk hoeft te gebeuren, maar we zorgen wel dat we er op voorbereid zijn. Op die manier kunnen we waarborgen dat het onderwijs zo veel mogelijk doorgang kan vinden.